Groot- regionaal huis-aan-huisblad voor Westland, Hoek van Holland en Midden-Delfland met het laatste nieuws op het gebied van gezondheid, zorg en welzijn.
Datum: 23-02-2018 Auteur: Peter Keijzer
‘Er zijn’ voor de familie is heel belangrijk

‘Er zijn’ voor de familie is heel belangrijk

Het zijn de zestiger jaren. Een jonge meid van amper twintig jaar fietst voor de eerste keer naar haar werk. Niet zo bijzonder zou je zeggen. Maar voor Susan wél. Het is haar eerste dag als kraamverzorgster. Nu, vijftig jaar verder, kijkt de ’s-Gravenzandse terug op een periode waarin ze bij meer dan 600 gezinnen heeft mogen werken. En het einde van haar imposante carrière is wat haar betreft nog lang niet in zicht.

Jan Janssen wint de Tour de France, de mens zet voor het eerst keer voet zet op de maan en de Fabeltjeskrant is vaste prik is op de Nederlandse TV. ‘Hey Jude’ van de Beatles is dagelijks op de piratenzenders te horen. Het zal op die bewuste dag in 1968 allemaal wel een beetje aan de Rotterdamse blonde voorbij zijn gegaan. Zij mag vandaag voor de eerste keer een gezin gaan helpen waar een baby geboren is. “Ik weet het nog als de dag van gisteren, de familie Revet, kijk maar”. Susan haalt als bewijs een oud dagboekje tevoorschijn waarin alle kraamdagen zijn bijgehouden. “Ik ben mijn opleiding begonnen in 1966 aan de Rotterdamse school voor Vroedvrouwen en heb het praktische gedeelte gevolgd bij het Groene Kruis. En natuurlijk maakt het indruk als DE dag daar is en je eindelijk (met enige begeleiding) zelfstandig kraamhulp mag gaan bieden. Ik weet nog dat we tien dagen bij het gezin waren, wat neer kwam op zo’n tachtig uur. Je kunt je niet meer voorstellen dat de moeder, na de bevalling de eerste vier dagen niet uit bed kwam. Moet je tegenwoordig eens kijken. Met een paar uur staan ze onder de douche”, lacht Susan die aangeeft dat kraamverpleging in de sixties best zwaar was. “Een wasmachine was er bij veel gezinnen niet, die werd dan gehuurd. Het water werd verwarmd met een z.g. dompelaar en dan door de wringer om het uiteindelijk aan de waslijn te laten drogen. En daarna de ‘strijk’ doen natuurlijk. Eigenlijk deden we alles in het gezin. Ook de kinderen van school halen. De maaltijd bereiden hoorde er ook bij. Ik woonde nog bij mijn ouders maar at dan ’s-avonds voor het gemak met het hele gezin mee”.

Bijzondere band
Zo’n twaalf gezinnen per jaar werden door Susan bezocht. Jaar in jaar uit. “Niet helemaal waar”, bekend de ’s-Gravenzandse. “Ik ben er een poosje uit geweest toen onze eigen kinderen kwamen. “Maar zo gauw ik kon ben ik weer aan het werk gegaan, het is toch je passie. Maar het klopt, ik heb heel veel gezinnen mee mogen maken en heb door de jaren heen veel ervaring opgedaan. En veel meegemaakt. Zo ontdekte ik bij een gezin dat er ‘iets’ mis was met een kindje. Ik vertrouwde het niet en heb verloskundige gebeld, die de kinderarts in het ziekenhuis heeft ingeschakeld. Het had geen dag langer moeten duren anders had de baby (hartpatiëntje) het niet overleefd, zo werd me later verteld”. Vreugde en verdriet, het hoort bij het vak van kraamverzorgster. “Ik ben ook in een gezin geweest waar het kindje was overleden. Ja dan maak je een bijzonder tijd door en realiseer je je pas goed hoe belangrijk je taak is. ‘Er zijn’ voor de familie en een luisterend oor bieden is heel belangrijk. Een jaar later mocht ik bij hetzelfde gezin wéér kramen, gelukkig is het toen goed gegaan. Het delen van lief en leed creëert wel een heel bijzondere band”, aldus Susan, die wel eens het idee heeft dat men vroeger dankbaarder was. “Tegenwoordig lijkt het wat meer vanzelfsprekend, hoewel ik zeker weet dat men de hulp van een kraamverzorgster zeer waardeert. Een ander groot verschil met vroeger is de kennis van de de jonge vader en moeder. Ze weten zoveel meer door allerlei zaken op internet op te zoeken. Maar ‘kennis van het net’ zegt lang niet alles. Je kunt ook teveel lezen. Mijn voorbeelden uit de praktijk kunnen dan vaak verhelderend werken”.

Kennis mee geven
In alle dorpen in de regio is de jubilaris actief geweest. Vergelijken met de kraamtijd van vroeger doet ze liever niet. “De tijden waren anders. Ons vak heeft zich aan de snelle tijd aangepast. Nu moeten we 49 uur in acht dagen werken, een week is zo voorbij. Gelukkig werk ik enkel jaren bij Kraamzorg&Zo waarbij de garantie wordt afgegeven dat in de kraamperiode niet gewisseld wordt. Je blijft de hele tijd bij hetzelfde gezin. Leuk voor het gezin maar ook leuk voor de kraamverzorgster. De kennis die ik heb opgedaan probeer ik ook aan jonge collega’s mee te geven”. Susan wordt met regelmaat terug gevraagd door gezinnen waar ze al eerder geweest is. ”Natuurlijk ben ik daar trots op”, erkent Susan, die weet dat het eigen huishouden bij haar man in goede handen is. “In het dorp wordt ik vaak aangesproken over de baby’s van toen. En of ik al gestopt ben. Nou daarvan wil ik eigenlijk niets weten. Zolang ik me goed voel en mijn hulp op prijs wordt gesteld, hoop ik nog wat gezinnen te mogen helpen in de kraamtijd. En om ‘bij’ te blijven heb ik enige tijd geleden weer een bijscholingscursus ‘borstvoeding’ gedaan. Ik geloof dat het inmiddels de tachtigste keer is”.